Lachgasemissie

De verandering in landgebruik zou bij kunnen dragen aan hogere lachgasemissies, maar de onzekerheid hierover is groot. Hoge gehaltes minerale stikstof (N) en afbreekbare organische stof dragen bij aan hoge N2O-emissies van landbouwgronden, met name onder zuurstofarme omstandigheden. Bij het scheuren van grasland komt N2O vrij, dus minder scheuren (van 60% van het areaal aan blijvend grasland) kan een vermindering in lachgas betekenen. Aan de andere kant neemt het gehalte gemakkelijk afbreekbare organische stof in de bodem toe bij ouder grasland, wat een bron van energie is voor denitrificerende (= N2O-producerende) bacteriƫn. De eerste resultaten van Slim Landgebruik geven aan dat de lachgasemissie uit kunstmest, hoger is bij oud grasland dan bij jong grasland, maar aanvullend onderzoek is nodig om dit verder te onderbouwen. Verder zal de verandering in stikstofbemesting, door de verandering in landgebruik, bepalend zijn voor de verandering in lachgasemissies, waarbij een hogere stikstofbemesting leidt tot hogere lachgasemissies. Een ruwe inschatting is dat het totale effect van het nemen van deze maatregel op zandgronden leidt tot een lachgasemissie van -17 tot 67 kton CO2-eq/jaar. Dit is lager dan de verwachtte koolstofvastlegging door het nemen van deze maatregel, namelijk 96 kton CO2/jaar, waardoor de netto broeikasgasbalans alsnog positief is.

  • Slier, T., Stout, B., Vervuurt, W., Schepens, J., Martinez Garcia, L., Velthof, G., Lesschen, J.P., Agricola, H., Westerik, D., Koopmans, C., & van Middelaar, J. (2022b). Integratierapport Slim Landgebruik. Verdieping op de effecten van maatregelen binnen Slim Landgebruik. Wageningen Environmental Research.
  • Slier, T., & Velthof, G., (2021). 30 vragen en antwoorden over lachgasemissies uit landbouwgronden. Wageningen, Wageningen Environmental Research.