Datum: 4 Feb 2026

Koolstofvastlegging in landbouwbodems: niet dé oplossing voor emissiereductie, maar wel nodig

Het idee is aantrekkelijk: als we meer koolstof opslaan in landbouwbodems, slaan we twee vliegen in één klap. De bodem wordt gezonder én we halen CO₂ uit de atmosfeer. Geen wonder dat Carbon Farming (specifieke management praktijken toepassen in de landbouw om meer CO2 in de bodem op te slaan) een centrale plek heeft gekregen in klimaatbeleid, subsidies en koolstofmarkten. Maar hoe realistisch is deze belofte eigenlijk?

Eind januari schreven Renske Hijbeek en Marti Vidal Morant van Wageningen Research een achtergrondartikel “Carbon farming in Europa: klimaatbeleid dat geruststelt, maar niet altijd levert“ over het, door o.a. hunzelf, gepubliceerde peer reviewed artikel in Outlook on Agriculture: “Koolstoflandbouw in Europa: beleid van symbolische geruststelling” (open access).
Hierin worden drie beleidskladers bekeken die zich bezig houden met Carbon farming: De Europese Groene Deal, het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en de voorgestelde Carbon Removals and Carbon Farming (CRCF)-verordening.

Er wordt waarschuwt dat Carbon Farming in Europees beleid vooral een politiek comfortabele oplossing kan zijn. Het suggereert actie, zonder dat harde keuzes nodig zijn over het terugdringen van emissies bij de bron, zoals het gebruik van fossiele energie of de omvang en intensiteit van de veehouderij. Wanneer koolstofvastlegging in bodems wordt ingezet als compensatiemiddel, ontstaat het risico op uitstelgedrag: emissies blijven bestaan, terwijl onzekere en tijdelijke opslag wordt opgevoerd als tegenwicht.

Rond diezelfde tijd kwam het artikel “Koolstof opslaan in landbouwgrond: iedereen wil het, maar het werkt niet uit van Franciska de Vries, hoogleraar bodemecologie aan de UvA.
Hierin worden de twee belangrijkste problemen van koolstofopslag in landbouwbodems toegelicht; de beperkte bijdrage aan het klimaatprobleem, en de omkeerbaarheid van koolstofopslag in de bodem.
Hoewel landbouwbodems inderdaad koolstof kunnen opslaan, is de potentiële bijdrage aan klimaatmitigatie klein in verhouding tot de omvang van het probleem. Daar komt bij dat bodems geen onbeperkte opslagcapaciteit hebben. Na verloop van tijd bereiken ze een nieuw evenwicht, waarna extra vastlegging sterk afneemt. De klimaatwinst is dus tijdelijk, terwijl de uitstoot van fossiele brandstoffen en intensieve landbouw structureel doorgaat.
Het tweede probleem is dat koolstof in landbouwbodems niet permanent vastligt. Veranderingen in beheer, extreme weersomstandigheden of economische druk kunnen ervoor zorgen dat eerder opgebouwde koolstof weer vrijkomt als CO₂. Bovendien zijn bodemprocessen complex en kunnen lokaal erg verschillen. Het betrouwbaar meten, monitoren en verifiëren van extra koolstofopslag is technisch lastig en kostbaar.

Dit betekent niet dat in bovenstaande artikelen bodemkoolstof vastleggen als onbelangrijk wordt betiteld. Bodemkoolstof wordt omschreven als een bijvangst wat betreft emissiereductie, maar er moet beter worden gekeken naar aanpassing van landgebruik, en inzetten op het behouden van ecosystemen met langdurig koolstofopslag, zoals veengebieden. Carbon Farming kan bijdragen aan een duurzame transitie van de landbouw, mits het wordt verbonden aan bredere doelen zoals bodemkwaliteit, biodiversiteit, het weerbaarder maken van bodems bij bv droogte en waterbergend vermogen. Dat zijn waardevolle doelen op zichzelf, maar niet als emissiereductie op zichzelf.

Onderzoeker binnen Slim Landgebruik, Jan Peter Lesschen heeft een reactie gegeven op deze artikelen via LinkedIn: “Koolstofvastlegging in landbouwbodems, niet de heilige graal, maar wel nodig! waarin wordt toegelicht dat ondanks alle mitsen en maren, de potentie in Nederland vooral in de komende decennnia vergelijkbaar is met de emissiereductie bij veengronden en bossen. Daarnaast zijn de genoemde aanpassingen in bovenstaande artikelen duur en gaan ook nog (te) langzaam. We moeten dus niet inzetten op óf koolstofopslag stimuleren óf emissies uit de landbouw verminderen, maar én én.

Jan Peter komt ook nog met een oproep, aangezien de Europese Commissie op het moment verkent ook of het mogelijk is de certificering voor Carbon Farming (die nu gaat over landbouwbodems, veengronden, bossen en lachgas) uit te breiden naar emissies uit de veehouderij. De concept methodologie is nu beschikbaar voor publieke inspraak. Bij deze een oproep om suggesties voor verbeteringen te geven, zodat er een werkbare maar ook betrouwbare certificeringsmethodiek komt die het nemen van duurzame klimaatmaatregelen in de landbouw kan stimuleren. Deze inspraak is open tot 19 februari.