Thema: Efficiëntie maatregelen

Afwenteling naar lachgasemissies

In het klimaatakkoord (2019) is de opslag van koolstof in landbouwgronden één van de maatregelen die de Nederlandse overheid wil nemen om broeikasgasemissies te verminderen.  Koolstofmaatregelen kunnen ook een effect hebben op de emissies van het broeikasgas lachgas (N2O). In dit project wordt een kwantitatieve schatting gemaakt van het effect van koolstofmaatregelen op N2O-emissie op basis van een combinatie van veld- en incubatieproeven en literatuuronderzoek.

Het toedienen van organische stof in de bodem heeft ook effect op de stikstofkringloop en daarmee op de emissie van lachgas (N2O). Lachgas is een sterk broeikasgas dat wordt gevormd tijdens microbiologische processen in de bodem (nitrificatie en denitrificatie). Het is belangrijk om inzicht te hebben in mogelijke effecten van koolstofmaatregelen op N2O-emissie, omdat een toename van de N2O-emissie de effectiviteit van een koolstofmaatregel verlaagt of zelfs teniet kan doen. In het kader van Slim Landgebruik zijn er vanaf eind 2019 incubatie- en veldproeven gestart om het effect van de koolstofmaatregelen op N2O-emissie te kwantificeren. Voor alle maatregelen die in Slim Landgebruik zijn geïdentificeerd wordt een kwantitatieve schatting gemaakt van het effect op N2O- emissie op basis van een combinatie van veld- en incubatieproeven uit Slim Landgebruik, eerder onderzoek in Nederland, literatuur en een combinatie daarvan.

Stand van zaken
In 2019 en 2020 zijn incubatie- en veldproeven uitgevoerd waarin de N2O-emissie is bepaald bij het verschillende koolstofmaatregelen. In april 2019 is er aangesloten op de volgende proefvelden:

  • BASIS in Lelystad (onderdeel PPS Duurzaam Bodembeheer)
  • Bodemkwaliteit op Zand in Vredepeel (onderdeel PPS Duurzaam Bodembeheer)
  • Vanggewassen in Vredepeel (LNV-BO-onderzoeksprogramma 6e ActieProgramma Nitraatrichtlijn)
  • Scheuren grasland in Wageningen (LNV-BO-onderzoeksprogramma scheuren van grasland)

In deze veldproeven worden de effecten van gereduceerde grondbewerking (veldproef BASIS), niet-kerende grondbewerking in combinatie met het toedienen van compost (veldproef Bodemkwaliteit op Zand), het onderploegen van vanggewassen (veldproef Vanggewassen) en het scheuren van grasland in voorjaar en nazomer getoetst op N2O-emissie (veldproef Scheuren grasland). De veldexperimenten zijn op zo’n manier opgezet dat de N2O emissiefactoren zoveel mogelijk kunnen worden afgeleid. Dit jaar zullen de veldmetingen worden voortgezet.

Eind 2019, en eind 2020 en begin 2021 zijn er drie incubatieproeven uitgevoerd waarbij (1) de effecten van verschillende gewasresten, (2) de effecten van verschillende meststoffen in combinatie met verdichting en (3) leeftijd grasland (niet scheuren) zijn getoetst op de N2O-emissie.